Fotosafari Kenia

Van 15 juli t/m 30 juli 2003 ben ik op safari geweest in Kenia. Mijn voornaamste drijfveer was, om wild te zien en te fotograferen in hun natuurlijke omgeving. Een aantal voorbereidingen waren noodzakelijk. Met een vriend bezocht ik informatiebijeenkomsten van diverse reisorganisaties. Uiteindelijk viel onze keuze op 'Baobap' reizen. Voor ons beiden was het de eerste safari en bezoek aan Afrika. De voorbereiding bestond verder uit het aanvragen van een visum en paspoort en het halen van injecties en malariatabletten bij de GGD. Wij vertrokken 's avonds met Britisch Airways vanaf Schiphol via London Heathrow (1 uur reistijd) naar Nairobi (9 uur reistijd). Met name het wachten in London (7 uur) - mede omdat het vliegtuig vertraging had- was vermoeiend. Om de tijd te doden bekeken wij de winkels op het vliegveld. De reisbegeleiding wachtte ons bij aankomst op. Van hieruit vertrok het reisgezelschap (15 personen) in safaribussen (in 4 uur) naar Mount Kenya. De weg voerde over de hoogvlakte langs o.a. ananas- thee- en koffieplantages. Nadat wij de voet van Mount Kenya hadden bereikt, verlieten wij de verharde weg en reden het nevelwoud op de hellingen in. Wij werden spontaan toegezwaaid door de lokale bevolking en schoolkinderen, die kilometers per dag te voet afleggen om bij hun huizen en scholen te komen. Ik kreeg direct het gevoel op safari te zijn, toen de auto's vast kwamen te zitten in de drassige grond. De grond was drassig doordat de regentijd nog maar kort geleden was beëindigd. Met jeeps arriveerden wij in een open plek in het bos, waar een houten jachtlodge lag. Wij aten en dronken in de centrale lodge met veranda. Wat mij verbaasde was de milde temperatuur (20 graden celcius). Het was mistig en het regende. Dit was het gevolg van de hoogte waarop wij ons in dit gebergte bevonden (1.500 meter) en het feit dat het hier winter was. Wij overnachtten in sfeervolle houten huisjes, die elk volgens een bepaald thema waren ingericht, zoals de love-room. Reeds tegen 20.30 uur werd het donker. De volgende dag maakten wij een stevige wandeling in de onderste zone van de vegetatiegordel van Mount Kenya. De gids wist alles over de geneeskrachtige en giftige bomen in het bos. Stropers van hout en dieren schijnen zonder pardon te worden neergeschoten. Het gebied is rijk aan wild, waaronder Franjeapen en vogels, doch hiervan hebben wij weinig gezien. Wel waren er olifanten in de omgeving. Dit was te zien aan de platgetrapte graszoden. De wat angstige gids maande ons stil te zijn en leidde ons om de olifanten heen. Dit om te voorkomen dat een van ons zou worden platgewalst door een dolgedraaide olifant. Er leefden ook luipaarden in dit gebied. Doch wij hoefden niet bang te zijn aangevallen te worden. Dag 4 reden wij zuidwaarts over de slechte wegen in Kenia. Deze wegen hebben meer weg van een gatenkaas. Dit is o.m. het gevolg van corrupte regeringsambtenaren en bouwondernemers. Wij bereikten uiteindelijk de keten van meren in de Grote Slenk, waar we aan de oevers van het Naivasha meer overnachtten in het ecologisch centrum Elsamere, het voormalige huis van Joy Adamson, de schrijfster van 'Born Free' over Elsa de Leeuwin. Evenals de overige verblijven waar wij verbleven gedurende deze reis zijn deze voorzien van de noodzakelijke basisvoorzieningen, zoals toilet en douche. Maar het blijft Afrika. Af en toe valt de stroom uit. Warm water is niet gegarandeerd. En drinken uit de kraan is risicovol met het oog op besmetting. Drinken uit gebottelde flessen wordt aangeraden. De klamboe gebruiken tegen insectenbeten en trouw elke dag je malariatablet slikken is het devies. Aanvankelijk teleurgesteld over het zien van weinig wild, deed de rondvaart over het Naivasha meer een nieuwe wereld voor mij open gaan. Wij voeren op veilige afstand tussen de briesende nijlpaarden door. De oevers waren omzoomd met papyrusplanten en grasweiden. Aan de rivieroevers zag ik de prachtigste vogels, zoals pelikanen, aalscholvers en de Afrikaanse visarend. Ook andere dieren waren er te zien, zoals waterbokken en gazellen. Echt een paradijs. Aansluitend bezochten wij het in het Naivashameer gelegen Crescent Island. Dit ligt aan de rand van een oude vulkaanpijp, die nog boven water uitsteekt. Het is particulier terrein. Wij troffen hier veel wild aan, zoals giraffen en buffels. Het was een mooi gezicht om een rij giraffen te fotografen met als achtergrond het meer. Inmiddels was dag 6 reeds aangebroken. Wij bezochten het Nakuru National Park (NP). In dit sodameer verblijvende duidelijk hoorbare duizenden roze flamingo's. Zij voeden zich met de algen, die in dit meer gedijen, dankzij de combinatie van een hoog sodagehalte en de aanwezigheid van uitwerpselen van de flamingo's. In het meer zijn ook andere vogelsoorten rijk vertegenwoordigd, waaronder pelikanen. Vanuit de hoge kliffen heb je een fantastisch uitzicht over het meer, waarin de flamingo's als een soort roze lint herkenbaar zijn. Op de klif aan het meer leven kleurrijke gekko's. De volgende 4 dagen verbleven wij in het Masai Mara NP. Dit maakt tevens onderdeel uit van de Grote Slenk en ligt meer richting het zuiden van Kenia. Hier overnachtten wij in "tentedcamps", gelegen midden in het park. Deze grote tenten zijn voorzien van een veranda, goede 'normale' bedden en elke tent heeft zijn eigen douche- en toilet gelegenheid. 's Avonds kon je vanuit  je bed de geluiden van de dieren horen, die het terrein tot op enkele meters benaderen. Het was niet toegestaan etenswaren in de tent te laten slingeren. De tent moest bij het verlaten met een slotje worden vastgemaakt. De apen waren namelijk in staat de ritsen van de tenten te openen. Dit park staat bekend als het mooiste landschapspark van Kenia. Met name dieper in het park zagen wij grote kuddes zebra's, gnoe's en gazellen. In dit park leven olifanten en leeuwen bij elkander. Mooi was te zien hoe een groep leeuwen op een rotspartij zonden. Buffels liepen dicht in de buurt en wekten de belangstelling van de leeuwen. Doch blijkbaar hadden de leeuwen geen honger en bleven op de rotsen liggen. De leeuwen stoorden zich niet aan de mensen. Blijkbaar zijn zij deze bezoekers gewend. Zo lang je in de open safaribus blijft heb je niets te vrezen. Het is een sensatie deze wilde dieren zo dicht te kunnen benaderen en hun in de ogen te kunnen zien. Deze parken staan in open contact met de rest van de omgeving van Kenia. Dus het zijn geen omheinde vestigingen. Echter de dieren mijden contact met gebieden, waar zij meer gevaar van mensen te duchten hebben, zoals landbouwgebieden en blijven liever in de wildparken. Er wordt hard opgetreden tegen stropers, die evenals de ranchers zwaar bewapend zijn. Kenia wordt gekenmerkt door savanne. Andere gebieden in Afrika door tropisch regenwoud. De groepen dieren in de savanne zijn makkelijker te zien, dan in een dicht tropenwoud.
En dus makkelijker te fotograferen. Vanuit een afstand met een verrekijker zagen wij dat een cheetah in het gras een gazelle besloop. Hij kreeg de gazelle echter niet te pakken. Meerder gazellen die wij toen nog niet gezien hadden sprongen van schrik op. Ook zagen wij spelende welpen. Evenals een cheetah met jongen. De chauffeurs van de safaritrucks brachten elkaar op de hoogte van dergelijke taferelen, zodat op een plek zomaar meerdere wagens verschenen. Met name in de ochtend en middag hielden wij onze speurtochten naar wild. Dan is het licht ook het mooist voor het fotograferen. Warm van tint. Wij passeerden de grens van Tanzania. Op het heetst van de dag bezochten wij de oevers van de Mararivier, waar krokodillen en nijlpaarden waren. Wellicht bekend van natuurfilms van National Geographic bevinden zich hier soms grote kuddes wild afkomstig uit Tanzania die naar Kenia trekken om voedselrijke gronden te vinden. Zij steken dan met duizenden tegelijk de rivier over, gedurende de zogenaamde Grote Trek die ergens plaatsvindt tussen juli en november. Dit hebben wij helaas niet kunnen zien. Je moet waarschijnlijk maanden bivakkeren bij de rivier met je foto- en filmapparatuur om zo'n spektakel te kunnen vastleggen. Menig gnoe of zebra wordt dan door een krokodil gegrepen. Nu was er geen aktie van de krokodillen waarneembaar. Zij lagen roerloos aan de oever. Ook bezochten wij een Masai Dorp. Dit volk leeft in het grensgebied van Kenia en Tanzania. Het zijn opgewekte, geharde mensen die leven van de veeteelt. Hun kuddes bestaan voornamelijk uit geiten en zeboes (bultrunderen). De krijgers zijn vaak uitgerust met een speer, een van een boomwortel gemaakte werpstok en een 'simi' een kapmes. Zij spreken hun eigen taal, het Maa, maar ook Engels en Swahili, de voertaal in heel Oost-Afrika. Elke 'manyatta' (masaidorp) heeft een ouderling, die alom wordt gerespecteerd. Wij werden hartelijk verwelkomd en moesten de ouderling begroeten en een hand geven. Eerst voerden de manlijke masai voor ons een dans op, waarbij ze vreemde geluiden maakten. Zij zijn erg slank en lenig en springen bijzonder hoog. Deze dans was meen ik ook bedoeld om de vrouwen te imponeren. De vrouwen voerden hierna een dans op. De masai zijn bijzonder kleurig gekleed in de traditionele rode omslagdoeken. Zij zijn voorzien van kralen, kettingen en oorbellen. Hierna werden wij het dorp ingeleid. Het dorp is omgeven door een soort houten wal. 's Avonds wordt het vee in het dorp gebracht in het centrale deel. De wal biedt bescherming tegen leeuwen e.d. De Masai vinden dat God hen uitverkoren heeft om al het vee ter wereld te houden.
Zij leven vooral van hun bloed en melk. Om hun dapperheid te bewijzen moeten de mannen tijdens hun 'dienstjaren' een leeuw doden. Officieel is dit verboden, doch in de praktijk doden zij nog steeds leeuwen. Zij verkopen kettingen met leeuwetanden. Dit soort produkten mag overigens niet worden ingevoerd op het vliegveld. Wij namen zitting in een van de hutten, die dicht liggen aan de binnenzijde van de wal. Hierin leeft een heel gezin. De openingen zijn klein, mede ter bescherming tegen de warmte. Ook vee huist hier in. Het bestaat uit een paar vertrekken, waaronder een slaapgelegenheid. Het is erg donker en de kakkerlakken lopen over de wanden. Na afloop stalden de vrouwen hun zelfgemaakte sieraden en kleding uit. Dan was het een kwestie van onderhandelen over de prijs.
"1 give you good price', was een van hun slogans. Kunst was om dan ook flink af te dingen. Op loopafstand van het Masaidorp bezochten wij een schooltje. Het was een armoedige, overvolle houten keet waar zo'n honderd kinderen les volgden. Aan de wand hingen verlopen schoolplaten. Hoewel arm, waren de kinderen erg blij en spontaan. Zij zongen voor ons en wij werden hartelijk begroet. Wij schonken hen wat tijdschriften. Ook werd door ons geld voor hen ingezameld voor de aanschaf van een volleybal net e.d. Ontroerend om te zien hoe blij de leerkrachten hiermee waren. Dag 10 verlieten wij de Masai Mara en begonnen de lange rit over onbegaanbare wegen naar Nairobi. Onderweg stopten wij in Narok, waar op een rommelige markt, allerlei artikelen worden verhandeld, van schoeisel, suikerriet, wieldoppen tot mango's. In het nationale museum van Nairobi waren diverse dingen te zien, w.o. schedels van de oudste mensen. Met een nachttrein -na afscheid te hebben genomen van onze chauffeurs/gidsen- vertrokken wij naar Mombassa. De spoorlijn is aangelegd in de koloniale tijd. Dat zie je terug in de wagons en de kleding van het personeel. Alles functioneert maar ten dele. Oud zilveren bestek ligt in de restauratiewagen naast blikken messen. Eten moet in een vliegensvlug tempo aan tafeltjes die veel te klein zijn. De electriciteit in onze wagon werkte niet. De aankomsttijd in Mombassa lag 'ergens' in de ochtend van de volgende dag. De laatste vier dagen verbleven wij in Mombassa, in de zuidelijke punt van Kenia. Wij verbleven in Diani Beach. Een tropische kust, met blauwe zee en palmbomen. Het lager aan zee gelegen Mombassa was aanzienlijk warmer en vochtiger dan in de bergen. Ik schat zo'n 28 graden Celcius (in de winter). Wij verbleven in een sfeervol pension met zwembad. Hinderlijk waren de opdringerige verkopers op het strand. Kort op safari ben ik geweest in het Shimba Hills Reserve. Hier leerde ik een stukje jungle kennen van Kenia. Ook heb ik hier bosolifanten en struisvogels gezien. Verder was hier in dit tijd van het jaar weinig wild te zien. In de Indische Oceaan heb ik mijn eerste duikervaring opgedaan. Na een instructie in een zwembad voeren wij uit en dook ik onder begeleiding 12 meter diep. Mooi om op deze diepte al die kleurrijke vissen te zien. Uiteindelijk was het al weer tijd om via een binnenlandse vlucht naar Nairobi te vertrekken.
Hier stapten wij op de nachtvlucht naar Amsterdam, waar wij via een overstap in Londen de volgende ochtend aankwamen. Ik kan terugblikken op een mooie en leerzame ervaring.

 

Tekst en fotografie Ronald Wilfred Jansen

Bewerkt door www.andersreizen.nl