Blijdenstein: spinnen, weven, verven
Historie van een
pionierend familiebedrijf vastgelegd
Door Gerard Vaanholt
De Twentsche Courant Tubantia d.d. 22 november 2006
Blijdenstein is één van de oudste textielondernemingen van Twente. Was een voortrekker bij de invoering van het bombazijn en de calicots, die de streek opstuwden als voorname textielregio en zette als één der eersten stoom als energiebron in. Toch kreeg deze industriële pionier nooit een uitputtende beschrijving van zijn bedrijfsgeschiedenis. Ronald Wilfred Jansen heeft die leemte gevuld. Hij registreerde de historie van een concern dat anderhalve eeuw een familiebedrijf bleef. En nog steeds voortleeft als Blijdenstein-Willink.
Tenminste één van de fabrikanten uit de Blijdenstein-dynastie kan zich beroepen op een opmerkelijke primeur. Het is immers niet aannemelijk dat ook maar één van zijn collega-ondernemers in de Twentse textiel ooit ‘beschuldigd’ zal zijn van socialistische sympathieën. Hendrik Blijdenstein overkwam het. Hij was de grote man van het concern in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog. Vond goede arbeidsverhoudingen belangrijk voor zijn bedrijf, kon het goed vinden met vakbondsmensen, had niet veel op met de Fabrikantenvereniging en betaalde volgens zijn concurrenten zijn werknemers te veel. Het kwam hem op een niet mis te verstane uitbrander van collega-fabrikant Van Heek te staan. ‘Ie bint nog rooier as Troelstra’ voegde die hem in onvervalst Twents toe. En dat was erg, in het wereldje van de toch eerder als feodale heersers bekend staande textielbaronnen.
Historicus Ronald Wilfred Jansen haalt de anekdote aan in zijn beschrijving van de geschiedenis van Blijdenstein & Co. Een Enschedese onderneming van betekenis. Anderhalve eeuw ononderbroken geleid door een Blijdenstein-telg en daarmee een van de weinige familiebedrijven die zo lang een voorname speler in de Twentse textiel was. Het bestaat nog steeds, als het in Eibergen gevestigde Blijdenstein Willink. Het vervaardigen van zonweringsproducten is inmiddels de hoofdstiel. Heel wat anders dan het spinnen, weven, bleken en verven, waarmee het bedrijf ooit vermaardheid verwierf, in gerenommeerde fabrieken als Bamshoeve en de Stoomblekerij in Lonneker. Hoewel die laatste als werkplek niet zo heel geliefd was. Ouders uit Lonneker tenminste spoorden hun kinderen vroeger aan om op school goed hun best te doen met het kennelijk weinig aanlokkelijke toekomstperspectief ‘Aans mo-j later noar ’t steumke’.
Hoewel de historie van Blijdenstein & Co formeel in 1803 begint, heeft de van oorsprong uit Drenthe stammende, adellijke en doopsgezinde familie al een veel ouder textielverleden. Het mag zich tot de oudste textielgeslachten van Twente rekenen. Berend van Blijdenstein was de man met wie het Twentse avontuur een aanvang nam. Hij vestigde zich rond 1650 vanuit Burgsteinfurt als hoedenmaker in Ootmarsum. Zijn zoon Barend echter legde vanaf 1680 het fundament voor het concern door in Enschede een handel in textiel tot bloei te brengen. In linnen vooral, zoals indertijd gebruikelijk. Het ging de familie een tijd lang voor wind, tot door een verslechtering van de markt de klad in de linnenhandel kwam. Het was mede aan Berends zonen, Barend en Benjamin, te danken dat Twente als textielregio niet even snel weer verdween als het was opgekomen. Zij besloten over te stappen op bombazijn, een half katoenen, half linnen weefsel, dat ook voor de gewone man betaalbaar was. Samen met acht andere
Twentse fabrikeurs vroegen ze in 1728 octrooi aan en kregen vervolgens voor vijftien jaar het monopolie op de bombazijnproductie. Bombazijn was niet alleen een goed verkoopbaar product, het zorgde ook voor een totaal andere economische positie van de mensen die voor de handelaren werkten. Tot dan verbouwden en bewerkten ze zelf hadden het vlas, weefden er op de boerderij linnen van en verkochten de stof. Maar bombazijn bestond voor de helft uit katoen. Dat moest van heel ver komen. De fabrikeurs
voerden het aan. De huiswevers gingen in loondienst weven. En daarmee was de kiem gelegd voor de latere arbeidsverhoudingen. Want de fabrikeurs gingen gaandeweg de productie centraliseren. De familie Blijdenstein bij voorbeeld kocht het landgoed ’t Amelink bij Lonneker, exploiteerde daar onder meer een blekerij, voerde later ook spinmachines in en had zich in 1801 opgewerkt tot een vooraanstaand textielonderneming.
Dat jaar geldt als het begin van het Blijdenstein-imperium. Jan Bernard Blijdenstein, zijn zoon Benjamin Willem en zijn broer Benjamin zetten toen hun handtekening onder de oprichting van de firma Blijdenstein & Co. Het begin van een familiebedrijf dat zou standhouden tot 1953. Al die tijd hadden steeds één of meerdere leden van de familie de leiding in handen en kwam het geld voor investeringen uit het eigen vermogen. Vanwege de noodzakelijke schaalvergroting en om over meer kapitaal te kunnen beschikken, was een beursgang in de jaren vijftig onvermijdelijk, en dus het toelaten van vreemd vermogen en directeuren van buiten. In zijn bestaan ontkwam het familiebedrijf niet aan ups en downs. Maar kenmerkend was toch vooral de continuïteit van de onderneming. Voortvarendheid en oog voor innovatie waren daar de belangrijkste oorzaken van, blijkt uit het relaas van Ronald Wilfred Jansen. Zoals eerder de overstap naar bombazijn een gouden greep was, zo was later de overgang naar de
vervaardiging van calicots (fijne katoenen weefsels) dat ook. Blijdenstein had de eerste stoomketel van Twente in de blekerij bij ’t Amelink en enkele jaren later na Stroïnk de tweede stoomweverij van Twente, aan de Noorderhagen in Enschede. In 1835 was Blijdenstein na Van Heek de grootste fabrikant in Twente. Die koppositie kon het niet vasthouden. Vooral door te weinig mankracht binnen de leiding, volgens de auteur van het boek. Niettemin is Blijdenstein & Co gedurende die anderhalve eeuw steeds een
goed renderende, middelgrote textielonderneming geweest. Met eigenaren die er goed geld aan verdienden en zich een keur aan bezittingen konden veroorloven, ook dat wel weer. Soms over de ruggen van de arbeiders, want de voorvaderen van die Hendrik van net de oorlog waren niet allemaal even sociaal als hij. Albert Jan Blijdenstein bij voorbeeld verklaarde zich in de tweede helft van de negentiende nog openlijk tegenstander van de leerplicht. ‘Omdat dit de kinderen onmogelijk maakte overdag in de fabriek te werken’. En hij wilde kinderen al vanaf hun twaalfde jaar in het arbeidsproces. ‘Omdat ze dan voldoende fingerspitzengefühl konden ontwikkelen voor hun werk.’ De fabrikanten lieten hun arbeiders ook rustig lange dagen maken in veel lawaai, stof en hitte en in soms ook gevaarlijke omstandigheden, tegen een laag loon. ‘De tijd waarin zowel de fabrikeur als de arbeider klompen droegen was voorgoed voorbij’, omschrijft Ronald Wilfred Jansen de verhoudingen. Van de andere kant waren de
Blijdensteins maatschappelijk weer erg actief. Ze namen initiatief voor de bouw van arbeiderswoningen, waren wethouder en burgemeester, werkten zelfs mee aan de afschaffing van de gehate drostendiensten en stonden - zoals bekend - aan de wieg van de Heidemij en de Twentsche Bank, eens de grootste bank van ons land. Hoewel het dan wel weer aardig is te constateren dat de familie Benjamin Willem Blijdenstein het bankwezen in duwde omdat hij niet geschikt bevonden was een textielfabriek te leiden.
Na de beursgang in 1953 volgde zeven jaar later een fusie met Willink in Winterswijk. Niet lang daarna sloeg de algehele malaise in de Twentse textielindustrie toe. Het leidde in 1969 tot het vertrek van de laatste Blijdenstein uit de bedrijfsleiding. Bamshoeve ging naar Spinnerij Nederland, het Lonneker Steumke werd verkocht. Blijdenstein Willink met zijn Verosol-lijn bleef van het ooit zo trotse imperium over.
Het boek van Ronald Wilfred Jansen komt op een historisch bijzonder moment. Blijdenstein Willink wil weer van de beurs. Een dochter van de ABN Amro bank is inde markt om de aandelen over te nemen. ABN Amro, is dat niet de opvolger van de Twentsche Bank, de bank van Blijdenstein?
BLIJDENSTEIN & CO,
1801-1935. Door Ronald Wilfred Jansen.
Uitgegeven door Uitgeverij Van de Berg, Enschede/Almere. Prijs 19,95. ISBN
90-5512-215-3.
© Wegener.NV 2006